Reisverslag Noord-Italië 2017 Deel 10

Tags: 

Vrijdag 13 oktober 2017
Op vrijdag stond een bezoek aan Venetië op het programma. Met de regionale trein ben je in ongeveer anderhalf uur van Verona in Venetië (Kosten voor een enkele reis €8,85). Venetië heeft twee treinstations. Het Mestre treinstation ligt op het vaste land. De trein rijdt door tot het station Santa Lucia dat op een van de eilanden ligt waar Venetië op gebouwd is. Het laatste stuk van het reis gaat dan ook door de baai waar de vele eilanden liggen. Parallel aan de spoorlijn loopt de snelweg naar Venetië.



Op het station Santa Lucia was het een behoorlijke drukte. Vanuit het station kun je meteen naar het plein voor het station lopen vanwaar je met het openbaar vervoer verder Venetië in kunt. Al het openbaar vervoer in Venetië vindt plaats met watertaxi's, die al een attractie op zichzelf zijn. De echte gondels worden in Venetië voornamelijk gebruikt door toeristen. Zoals op de foto's te zien is, was het deze ochtend nog behoorlijk mistig.



Een dagkaartje voor het openbaar vervoer kost €20 en is vooraf via internet te bestellen. Je hoeft dan in een automaat enkel nog maar je code in te vullen om het kaartje te krijgen. Het was bij de watertaxi's ook nu al behoorlijk druk en dus was het eventjes wachten voordat er plek was op de watertaxi naar het San Marco plein.



Na ongeveer een half uurtje wachten kon ik opstappen. Via het grote kanaal dat dit deel van Venetië in tweeën deelt, kun je rechtstreeks met de veerboot naar het San Marco plein varen.



In het gedeelte van Venetië dat niet op het vaste land ligt, maar verspreid is over een groot aantal eilanden zijn geen auto's toegestaan. Al het vervoer moet dan ook plaatsvinden via het water of te voet. Naast het openbaar vervoer varen er ook veel priveboten door de kanalen van Venetië.



In Venetië zorgt de golfslag van de motorboten voor schade aan de huizen. Ook komt er door de schroeven van de motoren meer zuurstof in het water wat zorg voor de groei van bacteriën die weer slecht is voor de houten fundamenten van de huizen.



Venetie ligt in een drassig gebied en alle gebouwen zijn dan ook op palen gebouwd. Overstromingen maar ook de steiging van de zeespiegel vormen een gevaar voor dit gedeelte van Venetië. Het oppompen van water, wat inmiddels gestopt is, heeft verder ook gezorgd voor een daling door de bodem. Hierdoor ligt het waterniveau in de lagune van Venetië nu 23 centimeter hoger dan in 1900.



Om de problemen met het water te lijf te gaan is men inmiddels bezig met het bouwen van een stormvloedkering om de lagune van Venetië af te kunnen sluiten van de Adriatische Zee. Dit project moet in 2018 klaar zijn.



Om de schade aan gebouwen te beperken gelden er dan ook snelheidsbeperkingen voor boten die door de kanalen in Venetië varen. Een ander probleem is dat bepaalde kanalen in het verleden behoorlijk uitgediept zijn zodat ook grotere schepen hier doorheen kunnen varen.



De traditionele gondels in Venetië hebben een zwarte kleur. Dit komt vanwege de pestepidemie die Venetië in 1562 trof. Dode lichamen werden toen per gondel vervoerd en hiervoor werden de gondels die toen allerlei kleuren hadden zwart geverfd. Uiteindelijk is dit zo gebleven. Zwart is verder ook een logische kleur vanwege het teer dat voor de boten gebruikt wordt.



Uiteindelijk kwam ik wat na 11 uur aan op het San Marco plein. Wat onmiddellijk opvalt is de grote drukte en het enorme aantal kraampjes en standjes waar allerlei toeristische prullaria verkocht wordt. Aan het San Marco plein zijn verschillende bezienswaardigheden gevestigd, zoals het Archeologisch museum, het Correr museum en de basiliek van San Marco.



Op het eerste gezicht stonden er bij de meeste van deze gebouwen lange wachtrijen van meer dan een uur. Het Museum Correr bevindt zich ook op het San Marco plein en daar was het tot mijn verbazing helemaal niet druk. Je kon gewoon naar binnen lopen en zonder wachtrij een kaartje kopen.



Ik ben daarom naar dit museum gegaan omdat ik het zonde vond om veel tijd in een wachtrij door te brengen. Een toegangskaartje kost €20, maar het is dan ook een groot en uitgebreid museum waar de geschiedenis van Venetië goed aan bod komt.



De eerste ruimte van het museum is de balzaal die ontworpen is door Lorenzo Santi en Giuseppe Borsato in de periode 1820 tot 1840. Midden op het plafond is een schildering te zien van Odarico Politi, die gaat over het herstel van de macht van de Habsburgers na de periode van Napoleon.



De volgende ruimtes zijn ingericht volgens de Habsburgse periode. Van november 1856 tot januari 1857 en van october 1861 tot mei 1862 woonde keizerin Sissi in dit paleis. De eerste periode was tijdens een staatsbezoek met Frans Jozef. In de tweede periode woonde ze er zeven maanden. In die tijd kwam haar man tien keer met de trein vanuit Wenen op en neer naar Venetië. Op de onderstaande foto is een eetkamer te zien voor door de weekse lunches.



De ruimte op de foto hieronder is ingericht door Giuseppe Borsato in 1838 voor de komst van Ferdinand I als koning van Lombardijen-Venetië. De functie van deze ruimte was vooral een wachtruimte. Bezoekers moesten hier wachten om op privé audiëntie te kunnen komen bij de vorst.



De audiëntie kamer is een hoekkamer en was een van de laatste publiek toegankelijke ruimtes voordat je in de appartementen van keizerin Sissi komt. In deze ruimte ontving ze mensen tijdens haar beide bezoeken aan Venetië.

Na de audiëntiekamer kom je in een klein kamertje dat vroeger in gebruik was als badkamer. In de badkamer zat vroeger een marmeren bad met zijden gordijnen er om heen. Deze ruimte was alleen toegankelijk vanuit de privévertrekken van de vorst.



De volgende ruimte is de voormalige studiekamer van de vorstin. Deze kamer werd door Sissi gebruikt voor lezen en schrijven. De decoraties in de kamer zijn verschillende keren aangepast. Tijdens een renovatie in 1854 tot 1856 werden de decoraties aangepast door Giovanni Rossie, die allegorische figuren aanbracht op de muren.



Er was ook een aparte kamer, die in gebruik was als boudoir en waar de keizerin zichzelf op kon maken. Ook deze kamer is rond 1854 gerenoveerd. De lamp heeft de vorm van een klok en bestaat uit Boheems kristal uit het begin van de 19de eeuw.



De volgende ruimte was in gebruik als slaapkamer voor de vorstin. Omdat er geen haard in deze kamer zat, werd gebruik gemaakt van een oven om de kamer warm te houden. Het bed van de keizerin, wat in Rococo stijl was is helaas niet behouden gebleven. Nu staat in deze kamer een rustbed van de stiefzoon van Napoleon, Eugène de Beauharnais.



Achter de appartementen van de keizerin bevond zich destijds een geheime gang die van haar kamers naar die van de keizer, Frans Joseph, ging. Vanuit het balkon kijk je uit op de tuinen die bij dit paleis horen en het nabijgelegen eiland San Giorgio.



Het volgende deel van dit reisverslag is te vinden op deze pagina

Reactie toevoegen

Filtered HTML

Plain text

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.