Tags
Maandag 21 april 2025
In het najaar van 2021 ben ik voor het eerst meerdere dagen achter elkaar op vakantie geweest naar Polen. Toen heb ik Warschau en een aantal andere steden in het oosten van het land bezocht. In het voorjaar van 2025 stonden twee grote steden in het westen van Polen (Wroclaw en Krakow) op mijn programma. Vanuit Nederland zijn beide steden in één dag te bereiken met de trein.

Vanuit Breda ben ik eerst met de trein naar Deventer gegaan om daar over te stappen op een intercitytrein naar de Duitse hoofdstad Berlijn. Na rond 9 uur met de trein uit Breda vertrokken te zijn, kom je dan rond 4 uur in de middag aan in Berlijn. Hier had in één uur overstaptijd op de volgende trein richting Polen.

De afgelopen jaren is het aantal treinen tussen Duitsland en Polen weer toegenomen. Waar er eerst alleen maar intercitytreinen tussen Berlijn en Warschau waren, rijdt er nu ook weer meerdere keren per dag een rechtstreekse trein vanuit Berlijn naar Wroclaw en Krakow. Zonder vertraging, kwam ik rond kwart voor negen aan op het centraal station van Wroclaw.

Dinsdag 22 april 2025
De eerste drie dagen van mijn vakantie heb ik doorgebracht in Wroclaw zelf om hierna verder te reizen naar Praag. Het is de derde stad van Polen met rond de 670.000 inwoners. De stad is pas na de Tweede Wereldoorlog onderdeel geworden van Polen. Pas vanaf halverwege de jaren ’80 van de vorige eeuw had Wroclaw weer het aantal inwoners van voor de Tweede Wereldoorlog. Het hotel waar ik verbleef, lag vlak in de buurt van het centrale treinstation. Door de torentjes aan de buitenkant van het gebouw heeft dit wel iets weg van een kasteel.

Bij het centraal station van Wroclaw liggen ook de haltes waarvan je met de bus of de trein verder kunt reizen naar het centrum van de stad waar de meeste bezienswaardigheden zijn. Het eerste museum op mijn lijst was met postmuseum. Dit ligt in de buurt van een park waar zich een monument bevindt ter nagedachtenis aan het bloedbad van Katyn. In 1940 werden hier 22.000 mensen vermoord door de geheime dienst van de Sovjet-Unië.

Het postmuseum bevindt zich in het centrale postkantoor van de Poolse posterijen. Helaas was dit museum zonder nadere aankondiging voor een periode van twee weken gesloten. Aangezien ik zelf postzegels verzamel probeer ik dit soort musea in het buitenland altijd te bezoeken.

Te voet ben ik vervolgens verdergelopen naar de kathedraal van de heilige Maria Magdalena. Dit is een gotische kerk uit de 13de eeuw in de buurt van het centrale marktplein van de stad. De oorspronkelijke kerk is tijdens de Tweede Wereldoorlog grotendeels verwoest en in de jaren 1947 – 1953 opnieuw opgebouwd.

Zoals op de vorige foto te zien is, zijn de torens van de kerk niet volledig herbouwd. Ook het binnen gedeelte van de kerk is niet in de oorspronkelijke toestand teruggebouwd waardoor deze kerk een vrij sobere uitstraling heeft. De gebruikelijke schilderingen op de muren en stenen beelden ontbreken dan ook.

Het is mogelijk om de torens van de kerk te beklimmen. Vanaf de 45 meter hoge torens heb je een mooi uitzicht over de oude binnenstad van Wroclaw. Beide torens zijn met elkaar verbonden door een brug. Dit is op de eerste foto van de kerk te zien.

Op allerlei plaatsen in Wroclaw (zowel in de openbare ruimte als in bepaalde gebouwen) zijn kleine beeldjes te zien. In de communistische tijd was er een actiegroep actief die als kabouters verkleed demonstreerde en ook een beeldje van kabouter heeft weggezet in de binnenstad. In de zomer van 2001 werden als een aantal van deze dwergen in de stad weggezet als herdenking aan deze acties.

In de loop van de tijd is het aantal beeldjes steeds verder toegenomen. Op dit moment zijn er rond de 1000 van dit soort beelden te vinden in de stad Wroclaw.

Een stukje verder ligt de Rynek van Wroclaw. Dit is de middeleeuwse marktplaats van de stad. Bijzonder is dat in het midden van de marktplaats een aantal gebouwen staan waaronder het nieuwe en het oude raadshuis.

Het eerste bezochte museum van de dag was het “Pan Tadeusz museum”. Dit museum is vernoemd naar het in Polen zeer bekende gelijknamige werk van de schrijver Adam Mickiewicz. Tussen 1795 en 1918 bestond Polen niet en was verdeeld tussen Rusland, Duitsland en Oostenrijk-Hongarije. Het werk (een roman in verzen) bestaat uit 12 delen die het leven van de Poolse adel in de jaren 1811 en 1812 beschrijven. Bij binnenkomst in het museum zie je een afbeelding van de schrijver met een aantal scenes uit dit boek.

De eerste museumruimte is ingericht in de stijl van de Romantiek. Dit was de periode waarin Mickiewicz leefde en zijn werken maakte.

In de volgende vrij donkere ruimte liggen een aantal manuscripten van de schrijver en staan ook de door hem geschreven boeken en werken.

Het museum is natuurlijk in het bezit van het manuscript van dit werk. In 1832 is de auteur begonnen met het schrijven van dit boek. Dit heeft hij op veel verschillende plaatsen geschreven omdat hij regelmatig verhuisde. Het laatste deel van het werk heeft hij in de nacht van 13 op 14 februari 1834 in Parijs geschreven.

De volgende ruimte in het museum gaat over het leven van de Poolse adel, dat een belangrijke rol speelt in dit beroemde Poolse werk. Er is een kleine collectie van toen gebruikte kleding, porselein en andere voorwerpen te zien.


De tijdelijke tentoonstelling in dit museum liet werk zien van de Poolse kunstenaars Krystyna Wroblewska en Justyna Adamczyk. Thema’s van hun werk zijn lijden, dood, verlies en rouw.

Hierna komt een deel waarin de verhalen vertelt worden van personen die onderdeel waren van belangrijke gebeurtenissen van de Poolse geschiedenis. Een voorbeeld hiervan is Wladyslaw Bartoszewski die op de volgende foto te zien is. Hij heeft gevangen gezeten in Auschwitz. Na de Tweede Wereldoorlog werd hij door de Russen gevangengezet en was daarna actief in de oppositie tegen het communisme. Na de val van het communisme werd hij onder andere ambassadeur in Oostenrijk.

Er zijn korte levensbeschrijvingen te zien van mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet gezeten hebben of die in deze tijd koerier waren tussen het ondergrondse verzet in Polen en de regering die in Londen in ballingschap zat.

Tussen 1942 en 1945 was “Zegota” een organisatie die Joden in de getto’s hielp. Het was de enige verzetsbeweging waarin Joden en niet-Joden en mensen van verschillende politieke achtergronden lid waren. De organisatie was opgedeeld in kleine cellen. Een van deze cellen had de naam “Felicja” en hield zich bezig met het ondersteunen van 340 Joden. Ze gaf deze mensen geld om te overleven. Dit werd genoteerd op kleine papiersnippers die indien nodig snel vernietigd konden worden. Een deel van het archief heeft de oorlog overleeft. Een drietal reproducties is in dit museum te zien.

Een ander belangrijk moment in de Poolse geschiedenis is 12 december 1981. Op dat moment werd in Polen de staat van beleg uitgeroepen om onder andere de niet communistische vakbond Solidarnosc te kunnen onderdrukken. Allerlei mensen werden gevangengezet. Een aantal door hen verzonden (en ook gecensureerde) kaarten is op de volgende foto te zien.

Het laatste deel van het museum is gewijd aan de al eerdergenoemde Wladyslaw Bartoszewski. Vanaf 2003 is hij begonnen om zijn archief over te dragen aan het Ossolinksi instituut (waar dit museum een onderdeel van is). Hier bevinden zich pamfletten en andere teksten uit de tijd van de belegering van Warschau in 1939, de communistische tijd en zijn werk vanaf 1989 als ambassadeur en minister van Buitenlandse zaken.
Een andere persoonlijkheid waar aandacht aan besteed wordt is Jan Nowak Jezioranski. Hij leefde van 1914 tot 2005 en was een belangrijke verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog. Later was hij actief bij de Poolse afdeling van Radio Free Europe en werd hij veiligheidsadviseur van de Amerikaanse presidenten Carter en Reagan. Na 1989 was hij een groot pleitbezorger van toetreding van Polen tot de NAVO en de Europese Unie.

Het volgende deel van dit reisverslag is te vinden op deze pagina
In het najaar van 2021 ben ik voor het eerst meerdere dagen achter elkaar op vakantie geweest naar Polen. Toen heb ik Warschau en een aantal andere steden in het oosten van het land bezocht. In het voorjaar van 2025 stonden twee grote steden in het westen van Polen (Wroclaw en Krakow) op mijn programma. Vanuit Nederland zijn beide steden in één dag te bereiken met de trein.

Vanuit Breda ben ik eerst met de trein naar Deventer gegaan om daar over te stappen op een intercitytrein naar de Duitse hoofdstad Berlijn. Na rond 9 uur met de trein uit Breda vertrokken te zijn, kom je dan rond 4 uur in de middag aan in Berlijn. Hier had in één uur overstaptijd op de volgende trein richting Polen.

De afgelopen jaren is het aantal treinen tussen Duitsland en Polen weer toegenomen. Waar er eerst alleen maar intercitytreinen tussen Berlijn en Warschau waren, rijdt er nu ook weer meerdere keren per dag een rechtstreekse trein vanuit Berlijn naar Wroclaw en Krakow. Zonder vertraging, kwam ik rond kwart voor negen aan op het centraal station van Wroclaw.

Dinsdag 22 april 2025
De eerste drie dagen van mijn vakantie heb ik doorgebracht in Wroclaw zelf om hierna verder te reizen naar Praag. Het is de derde stad van Polen met rond de 670.000 inwoners. De stad is pas na de Tweede Wereldoorlog onderdeel geworden van Polen. Pas vanaf halverwege de jaren ’80 van de vorige eeuw had Wroclaw weer het aantal inwoners van voor de Tweede Wereldoorlog. Het hotel waar ik verbleef, lag vlak in de buurt van het centrale treinstation. Door de torentjes aan de buitenkant van het gebouw heeft dit wel iets weg van een kasteel.

Bij het centraal station van Wroclaw liggen ook de haltes waarvan je met de bus of de trein verder kunt reizen naar het centrum van de stad waar de meeste bezienswaardigheden zijn. Het eerste museum op mijn lijst was met postmuseum. Dit ligt in de buurt van een park waar zich een monument bevindt ter nagedachtenis aan het bloedbad van Katyn. In 1940 werden hier 22.000 mensen vermoord door de geheime dienst van de Sovjet-Unië.

Het postmuseum bevindt zich in het centrale postkantoor van de Poolse posterijen. Helaas was dit museum zonder nadere aankondiging voor een periode van twee weken gesloten. Aangezien ik zelf postzegels verzamel probeer ik dit soort musea in het buitenland altijd te bezoeken.

Te voet ben ik vervolgens verdergelopen naar de kathedraal van de heilige Maria Magdalena. Dit is een gotische kerk uit de 13de eeuw in de buurt van het centrale marktplein van de stad. De oorspronkelijke kerk is tijdens de Tweede Wereldoorlog grotendeels verwoest en in de jaren 1947 – 1953 opnieuw opgebouwd.

Zoals op de vorige foto te zien is, zijn de torens van de kerk niet volledig herbouwd. Ook het binnen gedeelte van de kerk is niet in de oorspronkelijke toestand teruggebouwd waardoor deze kerk een vrij sobere uitstraling heeft. De gebruikelijke schilderingen op de muren en stenen beelden ontbreken dan ook.

Het is mogelijk om de torens van de kerk te beklimmen. Vanaf de 45 meter hoge torens heb je een mooi uitzicht over de oude binnenstad van Wroclaw. Beide torens zijn met elkaar verbonden door een brug. Dit is op de eerste foto van de kerk te zien.

Op allerlei plaatsen in Wroclaw (zowel in de openbare ruimte als in bepaalde gebouwen) zijn kleine beeldjes te zien. In de communistische tijd was er een actiegroep actief die als kabouters verkleed demonstreerde en ook een beeldje van kabouter heeft weggezet in de binnenstad. In de zomer van 2001 werden als een aantal van deze dwergen in de stad weggezet als herdenking aan deze acties.

In de loop van de tijd is het aantal beeldjes steeds verder toegenomen. Op dit moment zijn er rond de 1000 van dit soort beelden te vinden in de stad Wroclaw.

Een stukje verder ligt de Rynek van Wroclaw. Dit is de middeleeuwse marktplaats van de stad. Bijzonder is dat in het midden van de marktplaats een aantal gebouwen staan waaronder het nieuwe en het oude raadshuis.

Het eerste bezochte museum van de dag was het “Pan Tadeusz museum”. Dit museum is vernoemd naar het in Polen zeer bekende gelijknamige werk van de schrijver Adam Mickiewicz. Tussen 1795 en 1918 bestond Polen niet en was verdeeld tussen Rusland, Duitsland en Oostenrijk-Hongarije. Het werk (een roman in verzen) bestaat uit 12 delen die het leven van de Poolse adel in de jaren 1811 en 1812 beschrijven. Bij binnenkomst in het museum zie je een afbeelding van de schrijver met een aantal scenes uit dit boek.

De eerste museumruimte is ingericht in de stijl van de Romantiek. Dit was de periode waarin Mickiewicz leefde en zijn werken maakte.

In de volgende vrij donkere ruimte liggen een aantal manuscripten van de schrijver en staan ook de door hem geschreven boeken en werken.

Het museum is natuurlijk in het bezit van het manuscript van dit werk. In 1832 is de auteur begonnen met het schrijven van dit boek. Dit heeft hij op veel verschillende plaatsen geschreven omdat hij regelmatig verhuisde. Het laatste deel van het werk heeft hij in de nacht van 13 op 14 februari 1834 in Parijs geschreven.

De volgende ruimte in het museum gaat over het leven van de Poolse adel, dat een belangrijke rol speelt in dit beroemde Poolse werk. Er is een kleine collectie van toen gebruikte kleding, porselein en andere voorwerpen te zien.


De tijdelijke tentoonstelling in dit museum liet werk zien van de Poolse kunstenaars Krystyna Wroblewska en Justyna Adamczyk. Thema’s van hun werk zijn lijden, dood, verlies en rouw.

Hierna komt een deel waarin de verhalen vertelt worden van personen die onderdeel waren van belangrijke gebeurtenissen van de Poolse geschiedenis. Een voorbeeld hiervan is Wladyslaw Bartoszewski die op de volgende foto te zien is. Hij heeft gevangen gezeten in Auschwitz. Na de Tweede Wereldoorlog werd hij door de Russen gevangengezet en was daarna actief in de oppositie tegen het communisme. Na de val van het communisme werd hij onder andere ambassadeur in Oostenrijk.

Er zijn korte levensbeschrijvingen te zien van mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet gezeten hebben of die in deze tijd koerier waren tussen het ondergrondse verzet in Polen en de regering die in Londen in ballingschap zat.

Tussen 1942 en 1945 was “Zegota” een organisatie die Joden in de getto’s hielp. Het was de enige verzetsbeweging waarin Joden en niet-Joden en mensen van verschillende politieke achtergronden lid waren. De organisatie was opgedeeld in kleine cellen. Een van deze cellen had de naam “Felicja” en hield zich bezig met het ondersteunen van 340 Joden. Ze gaf deze mensen geld om te overleven. Dit werd genoteerd op kleine papiersnippers die indien nodig snel vernietigd konden worden. Een deel van het archief heeft de oorlog overleeft. Een drietal reproducties is in dit museum te zien.

Een ander belangrijk moment in de Poolse geschiedenis is 12 december 1981. Op dat moment werd in Polen de staat van beleg uitgeroepen om onder andere de niet communistische vakbond Solidarnosc te kunnen onderdrukken. Allerlei mensen werden gevangengezet. Een aantal door hen verzonden (en ook gecensureerde) kaarten is op de volgende foto te zien.

Het laatste deel van het museum is gewijd aan de al eerdergenoemde Wladyslaw Bartoszewski. Vanaf 2003 is hij begonnen om zijn archief over te dragen aan het Ossolinksi instituut (waar dit museum een onderdeel van is). Hier bevinden zich pamfletten en andere teksten uit de tijd van de belegering van Warschau in 1939, de communistische tijd en zijn werk vanaf 1989 als ambassadeur en minister van Buitenlandse zaken.

Een andere persoonlijkheid waar aandacht aan besteed wordt is Jan Nowak Jezioranski. Hij leefde van 1914 tot 2005 en was een belangrijke verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog. Later was hij actief bij de Poolse afdeling van Radio Free Europe en werd hij veiligheidsadviseur van de Amerikaanse presidenten Carter en Reagan. Na 1989 was hij een groot pleitbezorger van toetreding van Polen tot de NAVO en de Europese Unie.

Het volgende deel van dit reisverslag is te vinden op deze pagina

Reactie toevoegen