Maandag 2 mei 2022
Eger is een stad met ongeveer 50.000 inwoners in het noorden van Hongarije. Vanuit Budapest rijdt er elk uur een rechtstreekse trein naar Eger die er ongeveer 1 uur en 50 minuten over doet. De stad Eger is onder andere bekend vanwege zijn kathedraal. Treinreizen in Hongarije is nog steeds erg goedkoop ten opzichte van Nederland. Voor een retourtje Budapest-Eger betaalde je in 2022 een bedrag van 5082 Hongaarse Forint. Bij een wisselkoers van 1 op 400 is dat ongeveer €12,70. En dat bij een afstand van ongeveer 130 kilometer.

Vanuit het station ben ik te voet richting het centrum van de stad gelopen waar zich onder andere de basiliek bevindt. Zoals op de eerste twee foto’s te zien is, is de kwaliteit van de openbare ruimte nogal wisselend. In bepaalde delen van de stad is er gewoon een prima kwaliteitsniveau dat vergelijkbaar is met zoals je dat vaak in Nederland ziet. Op andere stukken is het buitengewoon slecht en lijkt er geen enkele structuur in te zitten. Stenen en asfalt. Het ligt allemaal door elkaar en soms vol met gaten.

Op de weg naar het centrum van Eger kom je nog langs een monument uit 1932. Dit is ter nagedachtenis aan het 60ste infanterie regiment van het Oostenrijks-Hongaarse leger.

De kathedraal van Eger is de belangrijkste kerk van het gelijknamige rooms-katholieke bisdom. Het is de tweede kerk van Hongarije qua grootte die gebouwd is tussen 1831 en 1837. De kathedraal is gebouwd op de plek waar sinds de Middeleeuwen al een kerk stond. Deze kerk is tijdens de Ottomaanse tijd in gebruik geweest als een moskee. Deze kerk is een aantal jaar voor de bouw van de kathedraal afgebroken.

Zoals op de voorgaande foto al te zien is, stond de kathedraal in de steigers en werd flink verbouwd. Hierdoor was ook een deel van de kathedraal van binnen afgesloten. Waar een kerk normaal een plaats is om tot rust te komen, was het nu een enorm lawaai van mensen die aan het boren waren of op een andere manier bezig waren het de verbouwing van de kathedraal.

Hoewel de bouw van de kerk maar ongeveer zes jaar heeft geduurd was het binnenste deel van de kathedraal (het interieur) pas klaar in de jaren ’50 van de vorige eeuw. Het orgel van de kerk dat bestaat uit 99 registers is in 1864 gebouwd door Ludwig Mooser. De onderstaande foto laat zien hoe de kathedraal voor een flink deel was afgesloten door landbouwplastic. Vanwege het vele lawaai ben ik hier dan ook weer vrij snel weggegaan.

Verder doorlopend richting het kasteel van Eger zie je nog een monument staan uit augustus 2020 om het einde van de Eerste Wereldoorlog te herdenken. Het monument verwijst ook naar het verdrag van Trianon dat er in 1920 voor zorgde dat Hongarije ongeveer twee derde van zijn grondgebied verloor.

De Sint-Antonius van Padua is een barokke kerk, die beter bekend is onder de naam “Minorietenkerk”. Minorieten zijn minderbroeders, franciscaner monniken. Het bouwjaar van de kerk is 1771 en het interieur van de kerk is in 1792 afgerond. Bij de ingang van de kerk staat een paar Korintische kolommen. Op de steen boven de ingang staat de tekst: “Voor God is niets genoeg”.

Op het hoofdaltaar is een visioen van de heilige Antonius te zien. Het is een afbeelding van de maagd Maria die op de wolken drijft en Jezus in haar armen vasthoudt. De fresco’s op het plafond laten momenten uit het leven van de heilige Antonius zien.


De belangrijkste bezienswaardigheid van de stad Eger is het kasteel. In 1552 heeft er in Eger een veldslag plaatsgevonden tussen Ottomaanse en Hongaarse legers. Het kasteel van Eger stond op een dusdanige locatie dat van hieruit de oprukkende Ottomaanse legers goed beschoten konden worden. Op de plek van het kasteel stond oorspronkelijk een ouder stenen kasteel dat zeer waarschijnlijk door de Hunnen is gebouwd.

Op het terrein van het kasteel van Eger bevinden zich een aantal musea. Eén van deze musea is een wassenbeelden museum met beelden die verwijzen naar de tijd van de Middeleeuwen.


Doordat het huidige kasteel op de ruïnes van een ouder kasteel uit de tijd van de Hunnen was gebouwd, had het een zeer sterke fundering. Het was in die tijd gebruikelijk dat aanvallers probeerden om via het graven van tunnels een kasteel binnen te komen. Dit lukte uiteindelijk niet en hierdoor slaagden de Ottomanen er niet in om dit kasteel te veroveren. Na 39 dagen waren ze dan ook gedwongen om de aanval op te geven.

Op het terrein van het kasteel ligt de Hongaarse schrijver Gardonyi begraven. Hij is vooral bekend geworden door de roman “Eclipse of the Crescent Moon”. Deze roman speelt zich af rondom de slag om Eger in het jaar 1552. Toen hij op 30 oktober 1922 in Eger overleed werd door de gemeenteraad besloten om hem te begraven op het terrein van het kasteel.

De Ottomaanse troepen slaagden er wel in om andere steden zoals Veszprem en Szolnok onder hun controle te brengen. Uiteindelijk slaagden ze er in 1596 alsnog in om Eger te bezetten. De stad bleef vervolgens 91 jaar in handen van de Ottomanen.

Al vanaf de 19de eeuw waren er plannen om op deze plek een museum te starten. Het kasteel was tot 1957 in gebruik bij het Hongaarse leger. Een lokaal historisch museum werd in 1948 in Eger geopend en verhuisde in 1958 naar het kasteel. De volgende foto laat een kruisweg zien die langs een van de paden die zich op het terrein van het kasteel bevindt staat.

Op deze maandag waren helaas niet alle onderdelen van het museum geopend. Maandag is altijd een lastige dag waarop musea nog wel eens gesloten zijn. Gelukkig viel dit in Eger wel mee en was hier toch behoorlijk wat open. Het vereist echter wel een goede voorbereiding van de vakantie en flink wat uitzoekwerk om te voorkomen dat je in een stad komt waar bijna alles dicht is op maandag.

Het volgende deel van dit reisverslag is te vinden op deze pagina
Eger is een stad met ongeveer 50.000 inwoners in het noorden van Hongarije. Vanuit Budapest rijdt er elk uur een rechtstreekse trein naar Eger die er ongeveer 1 uur en 50 minuten over doet. De stad Eger is onder andere bekend vanwege zijn kathedraal. Treinreizen in Hongarije is nog steeds erg goedkoop ten opzichte van Nederland. Voor een retourtje Budapest-Eger betaalde je in 2022 een bedrag van 5082 Hongaarse Forint. Bij een wisselkoers van 1 op 400 is dat ongeveer €12,70. En dat bij een afstand van ongeveer 130 kilometer.

Vanuit het station ben ik te voet richting het centrum van de stad gelopen waar zich onder andere de basiliek bevindt. Zoals op de eerste twee foto’s te zien is, is de kwaliteit van de openbare ruimte nogal wisselend. In bepaalde delen van de stad is er gewoon een prima kwaliteitsniveau dat vergelijkbaar is met zoals je dat vaak in Nederland ziet. Op andere stukken is het buitengewoon slecht en lijkt er geen enkele structuur in te zitten. Stenen en asfalt. Het ligt allemaal door elkaar en soms vol met gaten.

Op de weg naar het centrum van Eger kom je nog langs een monument uit 1932. Dit is ter nagedachtenis aan het 60ste infanterie regiment van het Oostenrijks-Hongaarse leger.

De kathedraal van Eger is de belangrijkste kerk van het gelijknamige rooms-katholieke bisdom. Het is de tweede kerk van Hongarije qua grootte die gebouwd is tussen 1831 en 1837. De kathedraal is gebouwd op de plek waar sinds de Middeleeuwen al een kerk stond. Deze kerk is tijdens de Ottomaanse tijd in gebruik geweest als een moskee. Deze kerk is een aantal jaar voor de bouw van de kathedraal afgebroken.

Zoals op de voorgaande foto al te zien is, stond de kathedraal in de steigers en werd flink verbouwd. Hierdoor was ook een deel van de kathedraal van binnen afgesloten. Waar een kerk normaal een plaats is om tot rust te komen, was het nu een enorm lawaai van mensen die aan het boren waren of op een andere manier bezig waren het de verbouwing van de kathedraal.

Hoewel de bouw van de kerk maar ongeveer zes jaar heeft geduurd was het binnenste deel van de kathedraal (het interieur) pas klaar in de jaren ’50 van de vorige eeuw. Het orgel van de kerk dat bestaat uit 99 registers is in 1864 gebouwd door Ludwig Mooser. De onderstaande foto laat zien hoe de kathedraal voor een flink deel was afgesloten door landbouwplastic. Vanwege het vele lawaai ben ik hier dan ook weer vrij snel weggegaan.

Verder doorlopend richting het kasteel van Eger zie je nog een monument staan uit augustus 2020 om het einde van de Eerste Wereldoorlog te herdenken. Het monument verwijst ook naar het verdrag van Trianon dat er in 1920 voor zorgde dat Hongarije ongeveer twee derde van zijn grondgebied verloor.

De Sint-Antonius van Padua is een barokke kerk, die beter bekend is onder de naam “Minorietenkerk”. Minorieten zijn minderbroeders, franciscaner monniken. Het bouwjaar van de kerk is 1771 en het interieur van de kerk is in 1792 afgerond. Bij de ingang van de kerk staat een paar Korintische kolommen. Op de steen boven de ingang staat de tekst: “Voor God is niets genoeg”.

Op het hoofdaltaar is een visioen van de heilige Antonius te zien. Het is een afbeelding van de maagd Maria die op de wolken drijft en Jezus in haar armen vasthoudt. De fresco’s op het plafond laten momenten uit het leven van de heilige Antonius zien.


De belangrijkste bezienswaardigheid van de stad Eger is het kasteel. In 1552 heeft er in Eger een veldslag plaatsgevonden tussen Ottomaanse en Hongaarse legers. Het kasteel van Eger stond op een dusdanige locatie dat van hieruit de oprukkende Ottomaanse legers goed beschoten konden worden. Op de plek van het kasteel stond oorspronkelijk een ouder stenen kasteel dat zeer waarschijnlijk door de Hunnen is gebouwd.

Op het terrein van het kasteel van Eger bevinden zich een aantal musea. Eén van deze musea is een wassenbeelden museum met beelden die verwijzen naar de tijd van de Middeleeuwen.


Doordat het huidige kasteel op de ruïnes van een ouder kasteel uit de tijd van de Hunnen was gebouwd, had het een zeer sterke fundering. Het was in die tijd gebruikelijk dat aanvallers probeerden om via het graven van tunnels een kasteel binnen te komen. Dit lukte uiteindelijk niet en hierdoor slaagden de Ottomanen er niet in om dit kasteel te veroveren. Na 39 dagen waren ze dan ook gedwongen om de aanval op te geven.

Op het terrein van het kasteel ligt de Hongaarse schrijver Gardonyi begraven. Hij is vooral bekend geworden door de roman “Eclipse of the Crescent Moon”. Deze roman speelt zich af rondom de slag om Eger in het jaar 1552. Toen hij op 30 oktober 1922 in Eger overleed werd door de gemeenteraad besloten om hem te begraven op het terrein van het kasteel.

De Ottomaanse troepen slaagden er wel in om andere steden zoals Veszprem en Szolnok onder hun controle te brengen. Uiteindelijk slaagden ze er in 1596 alsnog in om Eger te bezetten. De stad bleef vervolgens 91 jaar in handen van de Ottomanen.

Al vanaf de 19de eeuw waren er plannen om op deze plek een museum te starten. Het kasteel was tot 1957 in gebruik bij het Hongaarse leger. Een lokaal historisch museum werd in 1948 in Eger geopend en verhuisde in 1958 naar het kasteel. De volgende foto laat een kruisweg zien die langs een van de paden die zich op het terrein van het kasteel bevindt staat.

Op deze maandag waren helaas niet alle onderdelen van het museum geopend. Maandag is altijd een lastige dag waarop musea nog wel eens gesloten zijn. Gelukkig viel dit in Eger wel mee en was hier toch behoorlijk wat open. Het vereist echter wel een goede voorbereiding van de vakantie en flink wat uitzoekwerk om te voorkomen dat je in een stad komt waar bijna alles dicht is op maandag.

Het volgende deel van dit reisverslag is te vinden op deze pagina

Reactie toevoegen