Tags
Woensdag 17 juli 2024
Vlak in de buurt van het nationale museum van de Roemeense geschiedenis staat de Zlatari kerk. Dit is één van de vele orthodoxe kerken van Boekarest. De huidige kerk is gebouwd op de plaats van een oudere 17de eeuwse kerk. Dit was de kerk van de goudsmeden die in deze wijk woonden. In 1903 is een deel van het gebouw gesloopt voor het verbreden van een straat. Hierdoor is nu enkel nog maar een relatief klein deel van de kerk overgebleven.

Veel van dit soort kerken zijn een nationaal monument. Dat is te zien aan een bordje met het monumentensymbool dat bij de ingang hangt. Hier staat ook een korte omschrijving van het gebouw.

Als je een klein stukje doorloopt, kom je uit bij het Stavropoleos klooster. De bouw van de kerk en het bijbehorende klooster zijn afgerond in 1724. Oorspronkelijk was een herberg een onderdeel van het klooster. In deze tijd was het relatief gebruikelijk dat kloosters op deze manier aan inkomsten kwamen. De herberg en een aantal bijgebouwen zijn aan het einde van de 19de eeuw gesloopt.

Op een binnenplein naast het kerkgebouw is een klein lapidarium. Aan de andere kant van dit binnenplein staat een gebouw uit de 20ste eeuw waar onder andere de boeken van het klooster en allerlei religieuze objecten bewaard worden.

Sinds 1991 heeft de kerk weer de beschikking over een priester. In orthodoxe kerken staan geen banken. Gelovigen die deze kerken bezoeken lopen vaak langs de verschillende iconen. Ook bezochten sommige mensen de priester die hier aanwezig was. Bij binnenkomst van de kerk schreven ze dan iets op een briefje om dat aan de priester te geven.

In het centrum bevindt zich de Macca-Vollacrosse passage. Dit is een straat in de vorm van een vork die bedekt is met geel glas. De passage heeft overeenkomsten met gelijksoortige passages die ook aan het einde van de 19de eeuw gebouwd zijn in steden als Milaan en Parijs. In de communistische tijd waren er vooral juweliers gevestigd. Nu zijn er vooral eetgelegenheden te vinden.

Een bijzonder gebouw is het Tehnoimport gebouw uit 1936. In 1977 vond er in Boekarest een grote aardbeving plaats waarbij veel gebouwen beschadigd zijn. De toenmalige communistische regering heeft toen niet echt werk gemaakt van het goed opknappen van deze gebouwen. Dit gebouw is dan ook een van de ongeveer 350 gebouwen die op een rode lijst staan en snel verstevigd moeten worden om een nieuwe aardbeving te kunnen doorstaan.

Na een korte wandeling kwam ik uit bij het holocaust monument van de stad. Dit moment is op 8 oktober 2009 geopend ter nagedachtenis aan de 280.000 Joden en de 25.000 zigeuners die gestorven zijn toen ze in 1941 naar Transnistrië zijn gedeporteerd. Op het terrein rondom het monument liggen een aantal tegels die spoorrails moeten verbeelden.

Het monument zelf, lijkt op de fundering van een gebouw dat nog niet is afgerond. Het monument bevindt zich onder straatniveau. Het gebouw wordt omringd door een muur van metaal dat er roestig uit ziet.

Wanneer je naar de ingang van het monument loopt zijn aan de linker- en rechterkant een tweetal ruimtes te zien waarachter zich oude Joodse grafzerken bevinden.

Vanaf het Holocaust Monument ben ik naar het Universiteitsplein gelopen. Hier is het stadsmuseum van Boekarest gevestigd. Inmiddels was het middag geworden en liep de temperatuur langzaam op tot boven de 40 graden. Vooral in de schaduw wandelen en regelmatig naar binnen gaan in een museum is dan de beste manier om de hitte te trotseren.

Langs dit plein staat onder andere het gebouw van het nationale theater en het Intercontinental Hotel. Dit laatste is met zijn 87 meter een van de hoogste gebouwen van de stad.

Op het kruispunt dat naast het Universiteitsplan ligt, staat in het midden een monument van de Roemeense politicus Ion Bratianu. Hij leefde in de 19de eeuw en nam in 1848 deel aan de revolutie. Toen deze mislukte ging hij in ballingschap in Frankrijk waar hij zich inzette voor meer autonomie voor de verschillende onderdelen van de Donaumonarchie. Uiteindelijk kwam hij rond 1860 in de politiek terecht en een jaar later ontstond Roemenië uit de samenvoeging van een tweetal vorstendommen.

Het stadsmuseum van Boekarest is gevestigd in het Sutu paleis. Het werd door de gelijknamige familie gebouwd tussen 18ee en 1835. Tot in de 20ste eeuw was het paleis in privébezit om vanaf 1956 in gebruik te zijn als stadsmuseum. Waar je op de meeste plaatsen in Roemenië gewoon contactloos kunt betalen, was dit juist in de officiële musea niet mogelijk en moest je daar gewoon contact afrekenen.

De eerste ruimte in het museum is gevuld met allerlei voorwerpen die bij opgravingen tevoorschijn zijn gekomen. De objecten zijn gekoppeld aan plattegronden van oude gebouwen waar deze opgravingen hebben plaatsgevonden.

In de volgende ruimte is een kleine verzameling van voorwerpen te zien, die gebruikt werden aan het hof van de Roemeense koningen enkele eeuwen geleden.

De tijdelijke tentoonstelling in het museum gaat over het leven van Gheorghe Marinescu, een Roemeense neuroloog die leefde van 1863 tot en met 1938. Hij heeft veel wetenschappelijke artikelen gepubliceerd over neurologische problemen en ziektes. De onderstaande foto laat zijn lidmaatschapskaart zien van de internationale organisatie voor reumatologie in 1934.

Nadat hij ongeveer 10 jaar in het buitenland is verbleven, keerde Marinescu in 1897 terug naar Roemenië om in het Pantelimon ziekenhuis een afdeling neurologie op te gaan zetten. Ook werd hij in hetzelfde jaar hoogleraar in de klinische neurologie aan de universiteit van Boekarest en is hij de oprichter van de Roemeense school voor neurologie.


Hangend aan een wand in de tentoonstellingsruimte zijn allerlei certificaten en onderscheidingen te zien, die Marinescu in de loop van zijn leven ontvangen heeft.

Deze wisseltentoonstelling wordt afgesloten met het dodenmasker van de neuroloog. In mei 1938 liep hij een verkoudheid waarvan hij niet goed herstelde. Toch ging hij door met zijn activiteiten en op zaterdag 14 mei woonde hij nog een overleg bij over de bestrijding van hondsdolheid. Bij terugkomst thuis ging hij slapen om vervolgens in zijn slaap te overlijden.

Het volgende deel van dit reisverslag is te vinden op deze pagina
Vlak in de buurt van het nationale museum van de Roemeense geschiedenis staat de Zlatari kerk. Dit is één van de vele orthodoxe kerken van Boekarest. De huidige kerk is gebouwd op de plaats van een oudere 17de eeuwse kerk. Dit was de kerk van de goudsmeden die in deze wijk woonden. In 1903 is een deel van het gebouw gesloopt voor het verbreden van een straat. Hierdoor is nu enkel nog maar een relatief klein deel van de kerk overgebleven.

Veel van dit soort kerken zijn een nationaal monument. Dat is te zien aan een bordje met het monumentensymbool dat bij de ingang hangt. Hier staat ook een korte omschrijving van het gebouw.

Als je een klein stukje doorloopt, kom je uit bij het Stavropoleos klooster. De bouw van de kerk en het bijbehorende klooster zijn afgerond in 1724. Oorspronkelijk was een herberg een onderdeel van het klooster. In deze tijd was het relatief gebruikelijk dat kloosters op deze manier aan inkomsten kwamen. De herberg en een aantal bijgebouwen zijn aan het einde van de 19de eeuw gesloopt.

Op een binnenplein naast het kerkgebouw is een klein lapidarium. Aan de andere kant van dit binnenplein staat een gebouw uit de 20ste eeuw waar onder andere de boeken van het klooster en allerlei religieuze objecten bewaard worden.

Sinds 1991 heeft de kerk weer de beschikking over een priester. In orthodoxe kerken staan geen banken. Gelovigen die deze kerken bezoeken lopen vaak langs de verschillende iconen. Ook bezochten sommige mensen de priester die hier aanwezig was. Bij binnenkomst van de kerk schreven ze dan iets op een briefje om dat aan de priester te geven.

In het centrum bevindt zich de Macca-Vollacrosse passage. Dit is een straat in de vorm van een vork die bedekt is met geel glas. De passage heeft overeenkomsten met gelijksoortige passages die ook aan het einde van de 19de eeuw gebouwd zijn in steden als Milaan en Parijs. In de communistische tijd waren er vooral juweliers gevestigd. Nu zijn er vooral eetgelegenheden te vinden.

Een bijzonder gebouw is het Tehnoimport gebouw uit 1936. In 1977 vond er in Boekarest een grote aardbeving plaats waarbij veel gebouwen beschadigd zijn. De toenmalige communistische regering heeft toen niet echt werk gemaakt van het goed opknappen van deze gebouwen. Dit gebouw is dan ook een van de ongeveer 350 gebouwen die op een rode lijst staan en snel verstevigd moeten worden om een nieuwe aardbeving te kunnen doorstaan.

Na een korte wandeling kwam ik uit bij het holocaust monument van de stad. Dit moment is op 8 oktober 2009 geopend ter nagedachtenis aan de 280.000 Joden en de 25.000 zigeuners die gestorven zijn toen ze in 1941 naar Transnistrië zijn gedeporteerd. Op het terrein rondom het monument liggen een aantal tegels die spoorrails moeten verbeelden.

Het monument zelf, lijkt op de fundering van een gebouw dat nog niet is afgerond. Het monument bevindt zich onder straatniveau. Het gebouw wordt omringd door een muur van metaal dat er roestig uit ziet.

Wanneer je naar de ingang van het monument loopt zijn aan de linker- en rechterkant een tweetal ruimtes te zien waarachter zich oude Joodse grafzerken bevinden.

Vanaf het Holocaust Monument ben ik naar het Universiteitsplein gelopen. Hier is het stadsmuseum van Boekarest gevestigd. Inmiddels was het middag geworden en liep de temperatuur langzaam op tot boven de 40 graden. Vooral in de schaduw wandelen en regelmatig naar binnen gaan in een museum is dan de beste manier om de hitte te trotseren.

Langs dit plein staat onder andere het gebouw van het nationale theater en het Intercontinental Hotel. Dit laatste is met zijn 87 meter een van de hoogste gebouwen van de stad.

Op het kruispunt dat naast het Universiteitsplan ligt, staat in het midden een monument van de Roemeense politicus Ion Bratianu. Hij leefde in de 19de eeuw en nam in 1848 deel aan de revolutie. Toen deze mislukte ging hij in ballingschap in Frankrijk waar hij zich inzette voor meer autonomie voor de verschillende onderdelen van de Donaumonarchie. Uiteindelijk kwam hij rond 1860 in de politiek terecht en een jaar later ontstond Roemenië uit de samenvoeging van een tweetal vorstendommen.

Het stadsmuseum van Boekarest is gevestigd in het Sutu paleis. Het werd door de gelijknamige familie gebouwd tussen 18ee en 1835. Tot in de 20ste eeuw was het paleis in privébezit om vanaf 1956 in gebruik te zijn als stadsmuseum. Waar je op de meeste plaatsen in Roemenië gewoon contactloos kunt betalen, was dit juist in de officiële musea niet mogelijk en moest je daar gewoon contact afrekenen.

De eerste ruimte in het museum is gevuld met allerlei voorwerpen die bij opgravingen tevoorschijn zijn gekomen. De objecten zijn gekoppeld aan plattegronden van oude gebouwen waar deze opgravingen hebben plaatsgevonden.

In de volgende ruimte is een kleine verzameling van voorwerpen te zien, die gebruikt werden aan het hof van de Roemeense koningen enkele eeuwen geleden.

De tijdelijke tentoonstelling in het museum gaat over het leven van Gheorghe Marinescu, een Roemeense neuroloog die leefde van 1863 tot en met 1938. Hij heeft veel wetenschappelijke artikelen gepubliceerd over neurologische problemen en ziektes. De onderstaande foto laat zijn lidmaatschapskaart zien van de internationale organisatie voor reumatologie in 1934.

Nadat hij ongeveer 10 jaar in het buitenland is verbleven, keerde Marinescu in 1897 terug naar Roemenië om in het Pantelimon ziekenhuis een afdeling neurologie op te gaan zetten. Ook werd hij in hetzelfde jaar hoogleraar in de klinische neurologie aan de universiteit van Boekarest en is hij de oprichter van de Roemeense school voor neurologie.


Hangend aan een wand in de tentoonstellingsruimte zijn allerlei certificaten en onderscheidingen te zien, die Marinescu in de loop van zijn leven ontvangen heeft.

Deze wisseltentoonstelling wordt afgesloten met het dodenmasker van de neuroloog. In mei 1938 liep hij een verkoudheid waarvan hij niet goed herstelde. Toch ging hij door met zijn activiteiten en op zaterdag 14 mei woonde hij nog een overleg bij over de bestrijding van hondsdolheid. Bij terugkomst thuis ging hij slapen om vervolgens in zijn slaap te overlijden.

Het volgende deel van dit reisverslag is te vinden op deze pagina

Reactie toevoegen