Dinsdag 22 oktober 2024
Dit deel van het reisverslag gaat verder in het gedeelte van het park rondom Hellbrunn waar zijn een groot aantal goed behouden waterfonteinen uit de 17de eeuw bevinden. In een paviljoen bevindt zich de Mydas grot. Centraal in deze grot is een lichte kroon van metaal die door middel van een straal water van de bron omhooggeduwd wordt.


De volgende grot in de openlucht is vernoemd naar Eurydice, de vrouw van Orpheus.

Volgens een legende is in 1531 in een bos een bosmens gevangen. In een kleine grot, waar je bijna aan voorbij loopt, staat een klein beeldje van deze figuur.

De laatste bron is vernoemd naar de God Neptunus. Hij zit op een fontein. Bij een bezoek aan Hellbrunn moet je dit deel van het park absoluut bezoeken. Tegenwoordig zijn er natuurlijk veel spectaculairdere attracties, maar in de 17de eeuw is er echt zeer knap werk verricht om dit allemaal te realiseren. In die tijd was het dan ook iets spectaculairs om te bezoeken.

Op het terrein bevindt zich ook een paviljoen dat in 1964 gebruikt is voor de film “The Sound of Music”, waarin het leven van de familie Trapp wordt nagespeeld. Nadat de film opgenomen was, werd het paviljoen aan de stad Salzburg geschonken. In 1991 is het gerestaureerd en in dit park terecht gekomen.
Naast het park kun je in Hellbrunn ook verschillende gebouwen bezoeken, die nu een museale functie hebben gekregen. Op het terrein is verder een eetgelegenheid. Voor een bezoek aan Hellbrunn kun je prima een hele dag uittrekken want er is genoeg te zien zoals uit de rest van dit reisverslag zal blijken.

Wanneer je het museumgedeelte binnenkomt zie je als een van de eerste zaken een maquette van het gebied waar het Hellbrunn slot staat. Achter het park ligt nog een heel gebied wat ook toegankelijk is en waar zich onder andere een eeuwenoud stenen theater bevindt.

Nadat Markus Sittikus aartsbisschop was geworden voerde hij allerlei optochten en processies in. Voor het carnaval werd er een heel programma opgesteld waarbij elementen uit het Venetiaanse carnaval werden overgenomen.

Van 1616 tot 1619 maakte de uit Italië komende hofschilder Fra Arsenio Mascagni naar Italiaans voorbeeld de schilderingen in de ruimte die tegenwoordig als feestzaal bekend staat. In de landschappen op de muren zijn allerlei antieke Goden en helden te zien maar ook dans- en muziekscenes.

Zoals in het vorige deel van dit reisverslag uit Salzburg al aangegeven zijn de waterfonteinen in het begin van de 17de eeuw aangelegd. Aartsbisschop Sittikus haalde zijn ideeën hiervoor uit zijn studietijd die hij in Italië had doorgebracht. Er zijn geen bouwplannen en -tekeningen overgebleven uit de tijd dat alles in aangelegd. In de 18de eeuw zijn op veel plaatsen dit soort waterfonteinen weer verdwenen. Dat maakt hun aanwezigheid hier in Hellbrunn nog unieker.

Helbrunn werd ook gebruikt als jachtslot. In het gebied lieten de aartsbisschoppen al tijdens de middeleeuwen een dierentuin aanleggen waarin ze allerlei dieren huisvesten. Ook gaven zijn in de loop van de tijd opdracht tot het maken van allerlei schilderijen met echte en mythische dieren.

Markus Sittikus is uiteindelijk slechts 7 jaar aartsbisschop van Salzburg geweest. In die tijd werd de Dom van Salzburg opnieuw ingericht en gestart met de bouw van Hellbrunn. Hij was zowel de geestelijke als de wereldlijke leider. Hij nam allerlei maatregelen tegen de reformatie en vaardigde wetten uit die door hun strengheid in tegenspraak waren met zijn uitbundige levensstijl.

In de tijd van aartsbisschop Sittikus werden steeds grotere delen van de wereld in Europa bekend. Zijn slot, met de tuin met waterfonteinen, planten en dieren, was dan ook een manier om indruk te maken op zijn gasten en te laten zien wat zijn mogelijkheden waren om uit allerlei verre streken zaken naar Salzburg te halen. Veel goederen kwamen via Venetië uit het Oosten waar handelaren uit Salzburg veel ruimtes gehuurd hadden om deze op te slaan. Dit was ook de tijd waarin allerlei kunst- en wonderkamers ontstonden. De wereldbol die op de volgende foto te zien is, werd hier ook tentoongesteld.

Weer terug in het park kun je op een heuvel een klein kasteeltje zien staan. Dit kasteel is in 1615 gebouwd en heeft de naam “kleine maand kasteel” gekregen. Volgens de verhalen wilde hij aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk imponeren met de snelheid waarmee hij een kasteeltje kon laten bouwen.

De aartshertog was op reis en kwam na in Salzburg geweest te zijn een maand later hier weer terug. Dat was de periode waarin het gebouwd is. Oorspronkelijk had het de functie van jachthuis. Sinds 1920 is er de folklore verzameling van het museum van Salzburg te zien.

Als je het museum binnenkomt, zie je een grote pronkkast uit 1808 staan. De kast heeft twee openslaande deuren. De achtergrondkleur is blauw en op elke deur zijn twee schilderingen van een boeket bloemen te zien.

De voorwerpen in het museum komen uit een periode waarin het heel gebruikelijk was om religieuze voorwerpen van onder andere heiligen in huis te hebben. Ook op dagelijkse gebruiksgoederen zoals meubels kwam religieuze afbeeldingen voor.

De verzameling van dit museum is gestart door Karl Adrian (1861 – 1949). Op de laatste foto is een ingerichte ruimte te zien, zoals dat in zijn tijd gebruikelijk was. Door middel van het verzamelen van allerlei voorwerpen en deze in een bepaalde ruimte wegzetten werd een beeld gecreëerd van de manier waarop mensen toen leefden.

Het volgende deel van dit reisverslag is te vinden op deze pagina
Dit deel van het reisverslag gaat verder in het gedeelte van het park rondom Hellbrunn waar zijn een groot aantal goed behouden waterfonteinen uit de 17de eeuw bevinden. In een paviljoen bevindt zich de Mydas grot. Centraal in deze grot is een lichte kroon van metaal die door middel van een straal water van de bron omhooggeduwd wordt.


De volgende grot in de openlucht is vernoemd naar Eurydice, de vrouw van Orpheus.

Volgens een legende is in 1531 in een bos een bosmens gevangen. In een kleine grot, waar je bijna aan voorbij loopt, staat een klein beeldje van deze figuur.

De laatste bron is vernoemd naar de God Neptunus. Hij zit op een fontein. Bij een bezoek aan Hellbrunn moet je dit deel van het park absoluut bezoeken. Tegenwoordig zijn er natuurlijk veel spectaculairdere attracties, maar in de 17de eeuw is er echt zeer knap werk verricht om dit allemaal te realiseren. In die tijd was het dan ook iets spectaculairs om te bezoeken.

Op het terrein bevindt zich ook een paviljoen dat in 1964 gebruikt is voor de film “The Sound of Music”, waarin het leven van de familie Trapp wordt nagespeeld. Nadat de film opgenomen was, werd het paviljoen aan de stad Salzburg geschonken. In 1991 is het gerestaureerd en in dit park terecht gekomen.
Naast het park kun je in Hellbrunn ook verschillende gebouwen bezoeken, die nu een museale functie hebben gekregen. Op het terrein is verder een eetgelegenheid. Voor een bezoek aan Hellbrunn kun je prima een hele dag uittrekken want er is genoeg te zien zoals uit de rest van dit reisverslag zal blijken.

Wanneer je het museumgedeelte binnenkomt zie je als een van de eerste zaken een maquette van het gebied waar het Hellbrunn slot staat. Achter het park ligt nog een heel gebied wat ook toegankelijk is en waar zich onder andere een eeuwenoud stenen theater bevindt.

Nadat Markus Sittikus aartsbisschop was geworden voerde hij allerlei optochten en processies in. Voor het carnaval werd er een heel programma opgesteld waarbij elementen uit het Venetiaanse carnaval werden overgenomen.

Van 1616 tot 1619 maakte de uit Italië komende hofschilder Fra Arsenio Mascagni naar Italiaans voorbeeld de schilderingen in de ruimte die tegenwoordig als feestzaal bekend staat. In de landschappen op de muren zijn allerlei antieke Goden en helden te zien maar ook dans- en muziekscenes.

Zoals in het vorige deel van dit reisverslag uit Salzburg al aangegeven zijn de waterfonteinen in het begin van de 17de eeuw aangelegd. Aartsbisschop Sittikus haalde zijn ideeën hiervoor uit zijn studietijd die hij in Italië had doorgebracht. Er zijn geen bouwplannen en -tekeningen overgebleven uit de tijd dat alles in aangelegd. In de 18de eeuw zijn op veel plaatsen dit soort waterfonteinen weer verdwenen. Dat maakt hun aanwezigheid hier in Hellbrunn nog unieker.

Helbrunn werd ook gebruikt als jachtslot. In het gebied lieten de aartsbisschoppen al tijdens de middeleeuwen een dierentuin aanleggen waarin ze allerlei dieren huisvesten. Ook gaven zijn in de loop van de tijd opdracht tot het maken van allerlei schilderijen met echte en mythische dieren.

Markus Sittikus is uiteindelijk slechts 7 jaar aartsbisschop van Salzburg geweest. In die tijd werd de Dom van Salzburg opnieuw ingericht en gestart met de bouw van Hellbrunn. Hij was zowel de geestelijke als de wereldlijke leider. Hij nam allerlei maatregelen tegen de reformatie en vaardigde wetten uit die door hun strengheid in tegenspraak waren met zijn uitbundige levensstijl.

In de tijd van aartsbisschop Sittikus werden steeds grotere delen van de wereld in Europa bekend. Zijn slot, met de tuin met waterfonteinen, planten en dieren, was dan ook een manier om indruk te maken op zijn gasten en te laten zien wat zijn mogelijkheden waren om uit allerlei verre streken zaken naar Salzburg te halen. Veel goederen kwamen via Venetië uit het Oosten waar handelaren uit Salzburg veel ruimtes gehuurd hadden om deze op te slaan. Dit was ook de tijd waarin allerlei kunst- en wonderkamers ontstonden. De wereldbol die op de volgende foto te zien is, werd hier ook tentoongesteld.

Weer terug in het park kun je op een heuvel een klein kasteeltje zien staan. Dit kasteel is in 1615 gebouwd en heeft de naam “kleine maand kasteel” gekregen. Volgens de verhalen wilde hij aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk imponeren met de snelheid waarmee hij een kasteeltje kon laten bouwen.

De aartshertog was op reis en kwam na in Salzburg geweest te zijn een maand later hier weer terug. Dat was de periode waarin het gebouwd is. Oorspronkelijk had het de functie van jachthuis. Sinds 1920 is er de folklore verzameling van het museum van Salzburg te zien.

Als je het museum binnenkomt, zie je een grote pronkkast uit 1808 staan. De kast heeft twee openslaande deuren. De achtergrondkleur is blauw en op elke deur zijn twee schilderingen van een boeket bloemen te zien.

De voorwerpen in het museum komen uit een periode waarin het heel gebruikelijk was om religieuze voorwerpen van onder andere heiligen in huis te hebben. Ook op dagelijkse gebruiksgoederen zoals meubels kwam religieuze afbeeldingen voor.

De verzameling van dit museum is gestart door Karl Adrian (1861 – 1949). Op de laatste foto is een ingerichte ruimte te zien, zoals dat in zijn tijd gebruikelijk was. Door middel van het verzamelen van allerlei voorwerpen en deze in een bepaalde ruimte wegzetten werd een beeld gecreëerd van de manier waarop mensen toen leefden.

Het volgende deel van dit reisverslag is te vinden op deze pagina

Reactie toevoegen